We noemen het gemakshalve Krabi maar het strand ligt ongeveer 25 km. voor de stad.
De golden beach wordt Aonàng strand genoemd. Wij begrijpen niet waarom, of het moet zijn om de olie die er op het strand ligt! Het is een af en aan varen van speed- en longtailboten naar allerlei eilandjes in de buurt, wat zijn sporen achter laat. Een gedeelte van de afval ligt bij laagtij als een zwarte band op het strand.
Het krioelt hier van de toeristen. Fransen, Scandinaviërs maar vooral veel Russen.
De Thaise bevolking doet hier hetgeen ze heel goed kunnen, gedienstig zijn.. Wij vinden het een tweede Benidorm, maar dan iets verder weg. Straten vol resorts, massa souveniersstands, massagetenten op het strand wel 30 achterelkaar en in elke tent kunnen minstens 10 mensen gemasseerd worden. Barretjes, strandstoelen en aan het einde van het strand wachten de aapjes in hun ‘natuurlijke’ omgeving!
Wat is het hier veranderd in 5 jaar tijd! Groot, groter, grootst, veel, meer en nog meer..
Afgescheiden door een rots ligt 300 meter verder Noppharatthara beach. Ongeveer 3 km. lang en ongerept. Het nationaal park ligt er midden in en verhuurt mooie bungalows, waarvan eentje voor ons. De Thaise bevolking komt hier zelf relaxen, zitten op een matje op het strand, halen het eten bij lokale tentjes aan de overkant en picknicken in de schaduw van de bomen.
Nóg ongerept, maar de resorts poppen hier ook al omhoog, dus lang zal het zo jammegenoeg niet blijven.
Posted from WordPress for BlackBerry




