Welkom in Dawson City, beter bekend als het goudzoekersstadje. Rond 1900 ook wel het Parijs van het noorden genoemd. Het stadje groeide toen uit tot een inwonertal van 40.000. Voorheen was het een klein en onbekend dorpje. De goudkoorts veranderde dit dus, van heinde en ver kwamen mensen hiernaar toe, over onbegaanbare wegen, en soms het laatste stuk met een stoomraderboot.
Het goud raakte op en rond 1940 woonde er weer minder dan 1000 mensen in Dawson City.
De laatste jaren, mede door steun van de overheid, neemt het toerisme weer toe, gebouwen worden gerenoveerd, activiteiten georganiseerd, zoals, ja je raadt het al, goud zoeken! Wij vinden het eigenlijk een hoop poeha, en hoe maak ik van niks iets, maar ja, je moet er geweest zijn!
Voor ons definitely geen goudkoorts hier!
Op de bergen afgegraven goudloze grind, nu alleen nog uitgebloeide bloemen.
Gertie’s gambling hall and saloon, waar nu nog 3 keer per avond een can-can show wordt opgevoerd(= luie activiteit voor toeristen ):

Huizenimpressie in Dawson City:
De Holland-Amerika lijn komt met bussen hier, duwt de hotels vol en de souvenirwinkels varen er weer wel bij!
Wij lachen er maar om, maar voelen ons op onze ‘claim’ (stukje eigen grond) een beetje zoals toen, veel beloofd, dik betaald, maar weinig waar voor je geld!
Morgen naar Alaska!