
Wereldwijf José bouwt met haar man in Thailand aan een nieuwe toekomst. En aan een nieuw huis. Dat is niet in een vloek en een zucht gebeurd, maar best een beetje pittig.
15.03.2016 | 11:23 uur | José Sleegers
Ik zit aan een bakje pinda’s met allerlei andere Thaise snackjes, af en toe gooi ik iets over in het bakje van manlief.
GEDROOGD VISJE
Het eten in Thailand is heerlijk. Je moet vooral niet te bang zijn voor iets nieuws en alles uitproberen, onder het motto: als zij er niet ziek van worden, word ik het ook niet. Ik vis een gedroogd visje tussen de pinda’s uit, grr…ik haat gedroogde vis. Maar er zitten ook knisperende basilicumblaadjes tussen, knapperige knoflook en af en toe een pittig pepertje.
‘EEN BEETJE PITTIG’
Dat doet me denken aan cabaretier Ronald Goedemondt en zijn “ga nooit naar Thailand” (zoek op YouTube!). Ik heb in een deuk gelegen om dat verhaal over de speedboot, het resort en “een beetje pittig.” Heerlijk herkenbaar. Inderdaad is ‘een beetje’ pittig zeer subjectief, elke keuken vult dat op haar eigen spicy manier in. Maak wat dat betreft voor de Thaise keuken je borst maar nat. Phet phet! Very spicy! Erg pittig! Als je bedenkt dat een Thai een handvol chilipepers in de curry heel normaal vindt, snap je misschien wat voor hem ‘een beetje pittig’ betekent.
PEPERTJE?
Manlief, die houdt van gedroogde visjes, krijgt intussen nog wat van mijn tussen de pinda’s zwemmende, gevangen visjes en ‘per ongeluk’ ook een gedroogd pepertje, oh oh… (moet je maar niet samen met mij in Thailand een huis willen bouwen).
KLAMBOEGEVECHT
Het resort dat Goedemondt beschrijft, ook heel herkenbaar. Denk je een mooie deal gevonden te hebben op internet, een superromantisch en betaalbaar resort aan zee met goede beoordelingen, blijkt het een bamboehutje te zijn. Sommige backpackers genieten daar misschien van, maar jij ligt alleen maar met de klamboe in de knoop en de volgende dag blijkt die enorme tor toch aan de verkeerde kant van de bewuste klamboe te zitten…, help!
IDEAAL VAKANTIELAND
Toch blijft Thailand, met zijn 3000 km strand, vriendelijke mensen, betaalbare resorts en heerlijk, goedkoop eten, een ideaal vakantieland. Wat dat betreft, ben ik het niet eens met Goedemondt, die nooit meer naar Thailand gaat. Let echter wel op voor die speedboot. En dat hutje. Ga rondreizen, zwem in de zee, neem een massage, eet streetfood, mai tohng phet (niet zo pittig) en geniet van dit superland.
WEG VAKANTIE
Ga er echter nooit een huis bouwen. Weg vakantie, niks genieten, weg waarom we altijd hier naar toe wilden. Op dit moment zijn we alleen maar bezig met (ik zal het eens kort proberen te vangen) de bouw, de bouw en uiteraard de bouw. Tijdelijk wonend in een klein éénkamer-huurhuisje (plan B), dat uitpuilt van de bouwspullen, tegels, wastafels en kranen, om al het “no have, not now, no computer, not work, not in stock” te omzeilen. Discussies, overwegingen, correcties, weinig rust in je hoofd, ook de onderlinge flexibiliteit wordt langzaam minder…
Hartverzakking
Overal waar we komen, zien we deuren, kasten, diktes van muren, tegeltjes, hoe hebben ze dit opgelost, zie je hoe ze dit hebben gedaan en krijgen we weer een lichte hartverzakking van de manier waarop hier wordt gebouwd. Drie weken hebben we moeten wachten op stenen die in heel Thailand op waren. Op? Ja op, er zijn blijkbaar maar twee fabrieken die precies die stenen maken en bij beiden was de voorraad op.

ERG PITTIG
Onze aannemer blijft echter optimistisch en zegt dat ons huis over drie maanden klaar is. Er is al heel veel gebeurd, maar er moet ook nog heel veel. Phet phet. Pepertje, manlief? Ik verlang even terug naar het Thailand, waar we verliefd op werden… Ach ja, relax, denk ik dan maar, breek de dag, tik een eitje. Dat komt vanzelf wel weer. Geef dat pepertje maar terug, schat. Want ons huis: mooi wordt het in ieder geval wel!